Religie in de evolutie

Is religie te verklaren vanuit de evolutieleer? Dat zou jammer zijn, want als onze ideeën bepaald worden door genetische evolutie, dan kunnen we nooit weten of onze ideeën waar of niet waar zijn. Het zou het fundament wegslaan onder onze opvattingen over het denken.

Als religie verklaard kan worden uit de evolutie, dan moet het religieus zijn een voordeel gehad hebben in de strijd om het bestaan. Bepalend in de evolutie is het reproductiesucces, het gaat niet alleen om het overleven maar ook om het aantal nakomelingen dat een individu krijgt. Bij religie denken we aan instituten zoals de kerk, maar die hebben het grootste deel van de geschiedenis van de mensheid niet bestaan. De geïnstitutioneerde religie bestaat pas een paar duizend jaar. Genetische evolutie gaat langzaam, laten we zeggen dat tienduizend jaar één stap is. Onze voorouders van tienduizend jaar geleden leefden in kleine groepen als jager en/of verzamelaar van voedsel. Genetisch waren zij praktisch gelijk aan ons. Als je een baby van toen hierheen zou kunnen halen en nu zou opvoeden, dan zou niemand het verschil met een huidig mens opmerken. De oudste geschriften, dus de uitvinding van het schrift, stammen uit die tijd. Het maken van vuur ook. Kortom, ze waren in aanleg net zo intelligent als wij.
Sinds kort leven vrijwel alle mensen op de wereld in een maatschappij in plaats van in een groep van enkele tientallen individuen. Wij zijn sociale dieren, waarvan de evolutie de laatste twee miljoen jaar in kleine groepen heeft plaatsgevonden. Als de evolutie voor religie heeft gezorgd, dan moet dit in die kleine groepen voordelen hebben gehad.

Mythologie

Hoe zag religie er uit voordat de religieuze instituten opkwamen? Iedere cultuur kent mythologie. Mythologie is een verzameling verhalen met bovennatuurlijke elementen, zoals goden, die een verklaring geven voor de wereld om ons heen. Daaronder vallen het ontstaan van deze wereld, natuurverschijnselen (onweer, rampen) en ook leven en dood. Ik vind het aannemelijk dat mythologie ook bestond voordat de religie geïnstitutionaliseerd werd. Het moet een produkt van het denken zijn, of misschien een produkt van het taalvermogen. Taal gebruik je bij uitstek voor het aanduiden van zaken die niet hier en nu zijn. “Ik was bij de rivier,” of “Als jij hem van links aanvalt, dan val ik van rechts aan.” Die laatste uitspraak gaat over de toekomst. Communiceren over zaken in het hier en nu kun je meestal ook wel zonder taal, zoals honden dat bijvoorbeeld doen. Het vertellen van mythologische verhalen is slechts een variant van het vertellen van waar gebeurde verhalen, misschien vond men het helemaal niet zo belangrijk of een verhaal waar was of niet, misschien is het typisch iets van onze hedendaagse cultuur om het verschil tussen waar en niet waar zo belangrijk te vinden. Mythologische verhalen zijn dus een bijprodukt van onze intelligentie en ons taalvermogen. Intelligentie heeft een evolutionair voordeel, het gebruik van taal heeft een voordeel bij het jagen in groepsverband. Mythologie heeft mogelijk helemaal geen voordeel, het zou slechts een bijprodukt van onze geëvolueerde hersenen kunnen zijn.

De dood

Dieren hebben een overlevingsdrang, het nut daarvan is duidelijk. Verder is het zo dat we dingen die goed voor ons zijn lekker vinden en dingen die slecht voor ons zijn vies vinden. Ook daarvan is het nut in termen van overlevingskansen duidelijk. Vet eten vinden we lekker, want een vetvoorraad in je lichaam verhoogt je overlevingskansen. Poep vinden we vies, want als we het lekker zouden vinden, dan zou je jezelf vergiftigen met je eigen afvalstoffen. Seks vinden we lekker en dat is begrijpelijk in het licht van reproduktiesucces. Mensenkinderen blijven heel lang afhankelijk van de ouders en die afhankelijkheid maakt het vanuit de evolutie geredeneerd begrijpelijk dat ouders alles voor hun kinderen over hebben. Het maakt het ook begrijpelijk dat het pijnlijk is, wanneer een kind sterft. Pijn moet je vermijden, het is het equivalent van verkleining van je reproduktiesucces. Een gebroken been doet pijn, omdat de schade zonder pijn nog veel groter zou zijn. Als je de dood van je kind niet zou voelen, dan zou dat destraseus zijn voor je reproduktiesucces. (Dit geldt logischerwijs niet voor dieren waarvan de jongen direct zelfstandig zijn.)
Die pijn noemen we rouw en het is een belangrijk aspect van iedere religie. Dat zal tienduizend jaar geleden niet anders geweest zijn. De vraag is waarom je bij rouw eigenlijk religie nodig zou hebben. Ik denk dat het antwoord te maken heeft met het denken. De pijn is evolutionair bepaald, maar het accepteren daarvan heeft met denken te maken. Door onze intelligentie kunnen we bepaalde dingen in deze wereld naar onze hand zetten, dus niet accepteren. In een veldslag kan het nuttig zijn om je verlies niet te accepteren, bijvoorbeeld. Omgaan met de dood vereist juist wel die acceptatie en dat is een andere manier van denken. Als je van iemand anders kunt leren hoe je dat moet accepteren, dan heb je al iemand in de rol van een soort van geestelijke.
Net als bij mythologie zien we bij het omgaan met de dood dat die een gevolg is van onze intelligentie. De religie op zichzelf had of heeft geen evolutionair voordeel, maar de intelligentie waar de religie een gevolg van is, had dat wel.

Rituelen

Niet alleen binnen religies komen rituelen voor, in het algemeen doen mensen dingen steeds op dezelfde wijze. Denk aan de rituelen van topsporters voor de wedstrijd. Waarom is dat? Als we mensen vergelijken met andere dieren (mensen zijn ook dieren), dan zien we dat mensen meer vrijheid van handelen hebben dan andere dieren. De meeste dieren handelen en reageren instinctief. Ze kunnen weinig leren, hun gedragsrepertoire ligt vast. Hoe intelligenter dieren zijn, hoe meer ze kunnen leren en hoe meer ze kunnen variëren in hun gedrag. Zo kun je intelligente dieren kunstjes leren. Bij vogels is vastgesteld dat ze zangmelodieën van elkaar overnemen, zodat de vogels in het ene gebied anders zingen dan in het andere. Het gedrag wordt dus niet volledig gedicteerd door de aanleg, maar wordt door leren overgedragen. Bij mensen zouden we dat cultuur noemen. Hoe intelligenter een diersoort is, hoe groter hun vrijheid van handelen. Honden en katten weten van nature hoe ze met jongen om moeten gaan, dat noemen we instinct. Apen weten dat niet, die moeten de verzorging afkijken van anderen. Dat moet dan bij mensen ook zo zijn, maar dat is lastig vast te stellen. Ik ken geen mensen die zo geïsoleerd zijn opgegroeid, dat ze nooit hebben gezien hoe anderen met babies omgaan. Het is dus nuttig om gedrag, dat je van nature niet kent, over te nemen van je groepsgenoten. De natuurlijke drang tot kopiëren leidt vanzelf tot rituelen en tot het navertellen van mythologische verhalen.

Inprenting

Opvallend is dat de meeste mensen moeilijk van hun geloof vallen. Geloof wordt in een bepaalde leeftijdsperiode ingeprent en daarna ligt hij vast voor de rest van het leven. Ik weet niet welke leeftijdsperiode dat precies is, dat hoeft niet per se de vroege kindertijd te zijn. Onze hersenen geven ons een grote flexibiliteit in het aannemen van ideeën, maar die flexibiliteit blijft beperkt tot een bepaalde leeftijdsfase. We kunnen wel ons hele leven blijven leren, maar onze grondideeën zijn later niet meer te wijzigen. Het kan haast niet anders of dit heeft in de evolutie een functie. Van nature kunnen we alle kanten op, maar tegelijkertijd is een mensenkind sterk afhankelijk van de mensen om hem heen. Hierdoor krijgt ieder mens te maken met een culture inprenting die een onuitwisbare indruk maakt. Genetische evolutie gaat langzaam. De intelligente mens kan zich veel sneller aan zijn omgeving aanpassen dan dieren die voor aanpassing aan hun omgeving van genetische evolutie afhankelijk zijn. Maar er zit een rem op de evolutie van ideeën. Het tempo wordt niet bepaald door het leervermogen van het individu, want ieder individu krijgt zijn cultuur ingeprent. Culturen veranderen niet snel, maar wel veel sneller dan evolutionaire processen. Waar schuilt nu precies het evolutionair voordeel van de aanleg tot inprenting? Is dat het voorkomen van al te wilde sprongen? Of heeft het een sociale functie die ligt het in het bewaren van de eenheid van de groep? Een aanleg tot inprenting houdt in ieder geval ook een aanleg tot het handhaven van rituelen in. In dat opzicht heeft religie een evolutionair voordeel. De aanleg tot het handhaven van rituelen en ideeën heeft namelijk evolutionair voordeel.

Conclusie

Religie bestaat uit een aantal elementen: mythologie, omgang met de dood en rituelen. Alledrie hebben ze te maken met ons denkvermogen. Je kunt niet stellen dat religie bestaat omdat het evolutionaire voordelen biedt, dat zou een te snelle conclusie zijn. Als religie erfelijk zou zijn, dan kun je niet verklaren hoe de ontkerkelijking binnen enkele decennia heeft plaatsgevonden. Ons denkvermogen biedt evolutionaire voordelen, religie is een bijprodukt van dat denkvermogen.

 

Klik hier voor al mijn artikelen over religie.

Advertenties

One thought on “Religie in de evolutie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s