Hoofddoekjes

Meningen zijn er in soorten. Meningen die een waardering weergeven zijn een kwestie van smaak. Die zijn van een heel ander soort als de inschatting van een situatie die als een mening gepresenteerd wordt. Die zijn vergelijkbaar met de uitkomst van een wiskundeopgave, waarover het heeft geen zin te stemmen. En sommige standpunten vloeien op de een of andere manier voort uit bepaalde beginselen en dan zit daar een bepaalde logica in.Over smaak valt niet te twisten. Ik vind hoofddoekjes lelijk, maar ik heb er alle begrip voor dat iemand anders daar anders over denkt. Aan de andere kant beschouw ik sommige van mijn meningen als absoluut. Het gaat dan om kwesties waar ik uitputtend over nagedacht heb en met mathematische precisie komt daar dan een conclusie uit, die iedereen zou moeten delen. Als je het dan niet met me eens bent, ben je niet goed bij je hoofd.

In de discussie over het dragen van hoofddoekjes moet je onderscheid maken tussen wat iemand in haar eigen tijd doet en wat zij op het werk doet. Uiteraard mag iemand helemaal zelf weten hoe zij zich kleedt, ook in het openbaar. Als iemand voor schut wil lopen met woestijnkleding in Nederland, dan mag dat. Het zou absurd zijn om dat te verbieden.

Op het werk ligt dat anders. Ik vind dat een werkgever eisen aan kleding mag stellen. Zo heb ik ergens gewerkt, waar ik verplicht was een stropdas te dragen. In sommige beroepen is bedrijfskleding verplicht. Als je daar niet mee kunt leven, dan moet je er niet gaan werken. Wat mij betreft is er geen grens aan wat een werkgever mag eisen op het gebied van kleding, mits hij dat bekend gemaakt heeft voordat je je contract tekent. Dit geldt zowel voor het aantrekken als voor het afleggen van kledingstukken. Ik sprak een winkeleigenaar die vrouwen met hoofddoekjes steevast betitelde als lampekapjes. “Dan komt er zo’n lampekapje op sollicitatiegesprek en dan begin ik meteen te bedenken op grond waarvan ik haar kan afwijzen. Want je mag niet discrimineren.” Je moet het met me eens zijn, dat de interpretatie van het antidiscriminatiebeginsel hier te ver doorgeschoten is. Als ondernemer ben je verantwoordelijk voor je zaak en dan moet je daarin zelf keuzes kunnen maken. Als in de uitstraling van je winkel geen personeel met hoofddoekjes past, dan moet je dat van sollicitanten kunnen eisen.

Voor personeel in overheidsdienst ligt het niet zo duidelijk. De werkgever is de overheid, maar omdat we een democratie zijn, is het volk de baas over die werkgever. Het volk mag dus qua kleding alles eisen van haar ambtenaren. Wat het volk wil moet democratische besluitvorming uitwijzen. In een onderneming is de eigenaar de baas, bij de overheid is de democratie de baas. Moeten we van onze ambtenaren eisen dat ze absoluut geen uiterlijke tekenen van een religie dragen, zoals in Frankrijk? Of geven we onze amtenaren de vrijheid om kruisjes of islamitische hoofddoekjes te dragen? Voor beide standpunten heb ik begrip. We kunnen er gewoon over stemmen en over de uitkomst moet daarna niet moeilijk gedaan worden, die moet door iedereen onvoorwaardelijk geaccepteerd worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s